Gregoriaans

De liturgievernieuwing die met name door het Tweede Vaticaans Concilie een grote impuls kreeg en de ontwikkeling van de liturgie in de volkstaal een grote vlucht gaf, deed het Gregoriaans op de achtergrond raken. Bovendien ging de belangstelling van de kerkkoren vaak meer uit naar meerstemmige muziek dan naar de gregoriaanse zang. Goede uitvoeringen van het Gregoriaans werden zeldzaam.

Een tegenbeweging zorgde ervoor dat op verschillende plaatsen in Nederland specifiek op het zingen van het Gregoriaans gerichte koren of schola’s het daglicht zagen. Deze koren gingen allengs ook gebruik maken van de nieuwe inzichten omtrent de wijze van zingen van deze aloude kerkmuziek. Men probeert deze zang zo authentiek mogelijk uit te voeren en wel in overeenstemming met de notering van de oude handschriften, en met name die van Sankt Gallen en Laon uit de 9e en 10e eeuw, die gebruik maken van neumen.

Het gaat echter niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats om de muzikale expressie. Deze is ondergeschikt aan de hoogstaande bijbelse teksten, ze moet de zeggingskracht van de tekst versterken door een optimale declamatie ervan vanuit de muziek. Uiteindelijk wordt er gestreefd naar een evenwicht tussen de muzikale voordracht en de tekst, naar een levendige muzikaliteit en vocale kwaliteit.

De Schola Cantorum ‘Sanctus Michael’ gaat in deze trend mee, neemt steeds meer afstand van de notatie uit het Graduale Romanum en maakt dankbaar gebruik van het Graduale Triplex (met drie notaties) en van de restituties van het AISCGRE (de internationale vereniging voor de studie van het gregoriaans), zoals gepubliceerd door Anton Stingl jr.

Wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van het Gregoriaans en de moderne opvattingen over notatie en uitvoering ervan, kan daarvoor terecht op de onder Links aangegeven websites en literatuur.